Een minderheid van 10 tot 15% van de Vlamingen gebruikt nog geen internet. Wie wel internetgebruiker is, beschikt niet altijd over de vaardigheden om gericht informatie te zoeken, te vinden, te lezen, te begrijpen, te selecteren en te vertalen naar de eigen behoeften.

De term E-inclusie wordt momenteel heel vaak gebruikt. Inclusie is een proces waarbij men de bestaande drempels van uitsluiting tegengaat of neutraliseert, waardoor individuen opnieuw kunnen participeren in de maatschappij. Het optimaal participeren aan de gedigitaliseerde samenleving noemen we E-inclusie. Op het moment dat optimale E-inclusie nog niet bereikt is, spreken we van een digitale kloof. Deze digitale kloof verwijst naar de afstand tussen mensen met en mensen zonder toegang tot de actuele informatie- en communicatietechnologieën. In de literatuur koppelt men de problematiek van de digitale kloof vaak aan kwetsbare groepen: mensen in armoede, personen met een handicap, bepaalde etnisch-culturele minderheden, bejaarden, enzovoort. Dat zijn inderdaad doelgroepen waar internet minder intensief en minder effectief wordt gebruikt.

Hoe om te gaan met de digitale kloof is een kopzorg van honderden beleidsmensen en communicatiemedewerkers. Die bezorgdheid groeit meer nu overheidsinstellingen in binnen- en buitenland vaker kiezen voor een verregaande digitalisering van dienstverlening en communicatie. De drang naar digitalisering heeft evenveel te maken met besparingswoede als met klantvriendelijke dienstverlening. Maar het ene matcht niet altijd met het andere. Ondertussen blijkt de problematiek van de digitale kloof complexer te zijn en minder gemakkelijk af te bakenen tot specifieke hoofddoelgroepen. Zelfs kansrijke groepen vinden niet altijd de weg in het overaanbod aan online- en offlinekanalen.

Computerklas 2 oktober

De computerklas begeleid door een medewerker van Dot.kom

De meeste mensen die deelnemen aan de activiteiten van Centrum Kauwenberg zijn mensen die in generatiearmoede leven. Een groot deel van deze mensen kent geen of nauwelijks aansluiting bij de gedigitaliseerde samenleving. De digitale kloof is in de organisatie niet altijd even zichtbaar maar langs de andere kant wel heel dominant aanwezig. Er is dus nog een lange weg af te leggen om tot E-inclusie te komen.

Voor 2015 gaven we verschillende workshops rond computer, sociale media,... Deze waren een goede introductie van nieuwe media aan een groep mensen die nauwelijks of niet hiermee in aanraking waren gekomen. Mensen die nog nooit met computers gewerkt hadden, sloten bij de groep aan en regelmatig zagen we nieuwe gezichten. Er ontstond een sfeer waarbij nieuwe media normaal en plezant kon zijn. Maar we merkten dat deze workshops nog onvoldoende afgestemd waren op de noden van de deelnemers.

Vanaf 2015 werd er op wekelijkse basis een workshop ingericht. Tot juni verzorgden zowel Dot.kom, als Vormingplus Antwerpen deze lessen. De groep werd ook in twee groepen onderverdeeld, beginners en gevorderden. Dit deden we omdat we een grote instroom kenden van nieuwe deelnemers en de competenties rond computergebruik varieerden heel sterk tussen de verschillende deelnemers. De beginners kregen gericht een basispakket aangeboden, terwijl de gevorderden meer thematisch aan de slag gingen rond sociale media, online bankieren...

Vanaf september 2015 hebben we gekozen om met Dot.kom verder te gaan als partner en als medeorganisator van de computerlessen. Met dit grote verschil dat er vanaf dan ook vier vrijwilligers de computerlessen mee begeleidden. Deze vrijwilligers werden aangeworven via de sites vrijwilligerswerk.be en 11.be. Vormingplus gaf als nazorgtraject een opleidingsdag aan deze vrijwilligers.

De groep werd niet meer verdeeld in beginners en gevorderden. Het was voortaan één groep die de ene week les kreeg van een medewerker van Dot.kom en de andere week kon gebruik maken van de kennis van de vrijwilligers om allerhande vragen rond computergebruik te stellen. Een gerichte les werd dus afgewisseld door een vrije inloop waar mensen vragen konden stellen. Deze formule had succes want meestal waren er een vijftiental deelnemers aanwezig. Qua computerkennis waren de niveaus toch divers. Qua leeftijd waren het vooral vijftigplussers die de lessen volgden.

Gaandeweg heeft een vrijwilliger zich geëngageerd om vragen van de mensen tijdens de les te bundelen en deze vooraan aan heel de groep toe te lichten. Ad hoc ingaan op vragen kon zeker nog altijd maar we merkten dat het bundelen van vragen veel voordelen bood. Zo kwamen vaak dezelfde vragen en problemen terug. Deze dan klassikaal toelichten, bracht de hele groep iets bij.

Op 11 december vond een dialoogmoment tussen de cursisten en een afgevaardigde van de stad plaats in Centrum Kauwenberg. Dit lesmoment was het laatste van 2015. De deelnemers konden hun bedenkingen en opmerkingen meegeven aan de afgevaardigde van de stad. Tevens konden de deelnemers van daaruit ook de inhoud van de lessen tot juni 2016 mee bepalen.

Bewaren

Go to top